Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren (Google Analytics) en om er voor te zorgen dat u relevante informatie te zien krijgt. Door op akkoord te klikken, geeft u aan akkoord te zijn met het gebruik van deze cookies en het hiermee verzamelen van informatie door ons en door derden.

Akkoord
Niet akkoord
In gesprek met...   Peter Tiebout











Peter Tiebout
Adviseur - Partner

tiebout@vreelandgroep.nl

035 542 39 22

Wat? Adviseur - Partner bij de Vreelandgroep sinds 2003.

Achtergrond? Na mijn master Bedrijfseconomie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, mijn extra keuzevakken ‘Organisatie van de gezondheidszorg’ (in Tilburg) en ‘Ziekenhuiswetenschappen’ (in Utrecht), ben ik direct gaan werken in de zorg. Ik ben gestart als adjunct-hoofd van de Economisch Administratieve Dienst in het OLVG in Amsterdam. Daarna ben ik organisatieadviseur geworden en dat doe ik nu al dertig jaar. Eerst bij Moret Ernst&Young waar ik onder andere ook de tweejarige postdoctorale opleiding Management Consultant heb gevolgd. Daarna bij PWC Consulting waar ik – na het opzetten van de adviesgroep gezondheidszorg – partner ben geworden. Vlak vóórdat IBM PWC Consulting overnam, heb ik mij aangesloten bij de Vreelandgroep. Sinds twee jaar ben ik ook lid van de Raad van Toezicht van een organisatie die actief is op het terrein van verstandelijk gehandicapten en jeugdzorg.

Thuis? Ik ben getrouwd en we hebben drie dochters. Ze studeren alle drie en deels wonen ze op kamers, deels nog thuis, wat een gezonde periodieke hectiek met zich meebrengt.

Passie? Werken in én voor een sector met een heel belangrijke maatschappelijke betekenis, daar ligt mijn passie. Dat ik daarbinnen mijn bijdrage kan leveren om zorgprofessionals en medici hun werkzaamheden zo goed mogelijk te laten uitvoeren, geeft veel voldoening. In de zorgsector werken betrokken mensen, die in hun betrokkenheid en afhankelijkheid van anderen (wetten, richtlijnen en organisatorische maatregelen) ook tegen hun grenzen aanlopen. Ik wil de barrières die zij tegenkomen – of soms zelf creëren – helpen weg te nemen met een gezamenlijk doel: samenwerken aan een zo goed mogelijke zorg in Nederland.

In 3 woorden? Ik ben analytisch en werk pragmatisch met veel gevoel voor politieke en conflictueuze situaties. Ik probeer altijd de noodzaak en het doel van een bepaalde verandering helder te krijgen. Om vervolgens samen met de direct betrokken toe te werken naar de verbetering van zorgprocessen. Maar dat zijn meer dan drie woorden!

Peter, je werkt al meer dan dertig jaar als organisatieadviseur in de zorg. Wat maakt deze sector voor jou zo interessant?

“De zorgsector is een betekenisvolle sector waarin veel bevlogen mensen werken. Het is daarentegen ook een sector waarin – vaak onbedoeld – barrières worden opgeworpen die die bevlogenheid van mensen of teams temperen of soms zelfs laten ‘uitdoven’. Ik vind het een uitdaging om ervoor te zorgen dat zorgprofessionals en medici bevlogen blijven of dat weer worden, door hen te boeien en te binden. Zij moeten zich ‘eigenaar’ én dus verantwoordelijk voelen voor de werkzaamheden die zij uitvoeren.”

“Ik wil de barrières die zorgprofessionals tegenkomen – of soms zelf creëren – helpen weg te nemen met één gezamenlijk doel: samenwerken aan een zo goed mogelijke zorg in Nederland.”

Waarom werk jij graag bij Vreelandgroep? Wat maakt de groep uniek?

“Binnen de Vreelandgroep werken we al jaren met een relatief klein team. Een team met een duidelijke focus op de markt. De groei van het aantal adviseurs staat bij ons niet centraal, maar juist de kwaliteit en de inhoud van het werk, dus wisselen we onderling veel kennis en ervaring uit. Structureel bespreken we maandelijks met elkaar de lopende projecten en daarnaast ook incidenteel als daar behoefte aan is. Als partner van de Vreelandgroep ben ik – in tegenstelling tot de grotere organisatieadviesbureaus – zelf ook continu werkzaam bij de klant. Deze directe betrokkenheid zorgt ervoor dat ik mij vakinhoudelijk kan blijven verdiepen en ontwikkelen. Dit geldt ook voor de andere partners en resulteert erin dat we bij de Vreelandgroep niet ‘gevangen’ zitten in een vaste methodologie die ergens centraal is ontwikkeld. We hebben onze eigen instrumenten en aanpak, gebaseerd op gedeelde ervaringen en opgebouwde kennis van onze adviseurs bij elkaar.”

Je bent vaak betrokken bij grote en complexe verandertrajecten in zowel de cure als de care. Nu ben ik benieuwd: op welk project ben je het meeste trots?

“Dat is een lastige vraag, want zowel in de ziekenhuiszorg als in de ouderenzorg werk ik aan mooie projecten. Wanneer we het hebben over de cure, dan werk ik met een grote vakgroep van veertig medisch specialisten aan het verder optimaleren van de samenwerking binnen deze groep.

De opdracht is uitgevoerd met de vakgroep als opdrachtgever, in samenwerking met het bestuur van het medisch specialistisch bedrijf en de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. We hebben de structuur van de vakgroep onder de loep genomen en deze aangepast door de groep te verdelen in vier verschillende secties. Hierbinnen hebben we de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en taken herverdeeld en dit structureel vastgelegd in een vakgroep reglement, wat uiteindelijk binnen de Algemene Ledenvergadering (ALV) is geaccordeerd. Daarnaast hebben de vakgroepleden gekozen voor een nieuw bestuur en nieuwe bemensing binnen de vier nieuwe secties. Er is een werklastmeting gehouden die de basis vormt voor nieuwe voorstellen rondom de roosterindeling. Heel mooi om te zien hoe de samenwerking binnen de groep nú al verbeterd is en er meer rust en regelmaat is gekomen.
 
Wanneer we het hebben over de care, dan ben ik – letterlijk – trots op het project ‘Waardigheid & Trots’. Een door de overheid gefinancierd programma met als doel de kwaliteit van de langdurige ouderenzorg in Nederland te verbeteren. Op bestuursniveau help ik verschillende instellingen die in het programma participeren en de adviseurs die namens het programma in die instellingen werkzaam zijn. We stellen een plan van aanpak op waarin we het veranderpad uitstippelen en hiermee de kwaliteit van zorg binnen de organisatie sterk verbeteren. 

Hierbij moet je denken aan aspecten als: (1) het opstellen van duidelijke in- en exclusiecriteria, waarmee helder wordt welke bewoners wel en niet in een verpleeghuis worden opgenomen en die ervoor zorgen  dat ‘gelijksoortige’ cliënten bij elkaar op de afdeling komen. Daarnaast moeten instellingen ervoor zorgen dat (2) het personeel zowel kwantitatief als kwalitatief op orde komt. Daarmee bedoel ik dat mensen goed moeten worden opgeleid, maar ook dat hun houding past bij de nieuwe werkwijze en dat ze goed begrijpen wat ze aan het doen zijn. Het laatste aspect is (3) meer eigen regie geven aan de cliënten en rekening houden met hoe iemand vroeger heeft geleefd. Je zorgt er dus voor dat je inspeelt op, en oog hebt voor de specifieke behoefte van een cliënt.”

“De directe betrokkenheid van onze adviseurs bij de klant op locatie, zorgt ervoor dat we onszelf continu vakinhoudelijk kunnen blijven verdiepen en ontwikkelen.”

“Er zijn in Nederland nog veel mogelijkheden om de zorgketen ‘als totaal’ te verbeteren.”

Voor welke uitdagingen staat de zorgsector de komende jaren denk je?

“Als je Nederland vergelijkt met andere landen, gebeuren er in de gezondheidszorg veel goede dingen. Daar waar verbetering mogelijk én noodzakelijk is, wordt dat relatief snel opgepakt. Denk aan de kwaliteitsverbeteringstrajecten bij verpleeghuizen, de aanpassingen bij de geboortezorg, et cetera. Maar: we moeten ons blijven aanpassen en blijven inspelen op de veranderende demografie, epidemiologie en de technologische mogelijkheden. Daarbij moeten we niet alleen de afzonderlijke zorgvoorzieningen optimaliseren, maar vooral ook de afstemming tussen deze voorzieningen. Er zijn in Nederland nog veel mogelijkheden om de zorgketen ‘als totaal’ te verbeteren. Dat is noodzakelijk, omdat er momenteel juist veel verschuivingen plaatsvinden bij én tussen de afzonderlijke zorgverleners. Te denken valt aan de thuis- en verpleeghuiszorg, bij huisartsen, SEH’s (spoedeisende hulp) en de differentiatie tussen ziekenhuizen qua functiepakket en de rol van het ambulancevervoer. Op al deze verschuivingen wordt nu nog te weinig ingespeeld, terwijl dat wel essentieel is om een toekomstbestendig zorgstelsel te behouden. Het bijelkaar brengen van deze partijen en het komen tot goede werkafspraken, kan bijdragen om de zorg en het werkklimaat binnen deze sector verder te verbeteren.”