Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren (Google Analytics) en om er voor te zorgen dat u relevante informatie te zien krijgt. Door op akkoord te klikken, geeft u aan akkoord te zijn met het gebruik van deze cookies en het hiermee verzamelen van informatie door ons en door derden.

Akkoord
Niet akkoord

Nóg korter in het ziekenhuis? Moeilijk maar mogelijk!

18 januari 2019

Nederlanders liggen van alle Europeanen het kortst in het ziekenhuis, zo maakte onderzoeksbureau Eurostat begin deze maand bekend. In samenhang met de alom geroemde hoge kwaliteit van het Nederlandse zorgstelsel een score waar we trots op mogen zijn.
 
De lage ligduur is het resultaat van een vijftien jaar durende focus op efficiëntieverbetering in het beddenhuis. Bij de start van dit millennium waren van iedere tien ziekenhuisbedden gemiddeld slechts zes á zeven bedden bezet. Het sluiten van bedden werd na toenemende druk tot efficiëntieverbetering dan ook een populaire, want vrijwel pijnloze, maatregel. Nadat de eerste ‘gratis’ rek eruit was gehaald, toonden benchmarks de potentie tot ligduurverkorting. Immers: hoe korter patiënten in een bed liggen, des te minder bedden heb je nodig.

Middels ligduurverkorting is een behoorlijk resultaat geboekt getuige de statistieken van Eurostat, mede door de doorlopende ontwikkeling van de stand van de medische techniek. Maar ook lijkt de ligduurverkorting in de laatste jaren wel zo’n beetje tot stilstand te zijn gekomen, terwijl er bestuurlijk nog steeds flink op wordt ingezet. Wat is er aan de hand?
 
Een ziekenhuisopname bestaat naast het feitelijk verblijf van de patiënt ook uit een aantal vaste organisatorische ‘randzaken’: planning, ontslagdiagnostiek en -documentatie, transfer, transport, communicatie, informatisering, et cetera. De uitvoering hiervan kost een hoeveelheid tijd die zelden afhankelijk is van de verblijfsduur van de patiënt. Waar in het verleden de medische behandeling het meest bepalend was voor de ligduur, zien wij dat de organisatie van het ontvangst en het vertrek van de patiënt van steeds grotere invloed op de ligduur wordt.
 
Streeft een ziekenhuis naar verdere ligduurverkorting, dan wordt daarom júist de organisatie van ‘randzaken’ in toenemende mate belangrijk. Door goede organisatie kan een patiënt wiens verblijf in het ziekenhuis uit medisch oogpunt gezien niet langer noodzakelijk is, zo snel mogelijk ontslagen worden en kan het daarbij vrijgekomen bed zo snel mogelijk opnieuw worden bezet. Ons advies: besteed meer tijd aan organisatorische randvoorwaarden. Enkele tips die daaraan kunnen bijdragen:

  1. Richt je al bij opname op het ontslag: Wat is daarvoor nodig en welke voorbereidingen kunnen daar al voor getroffen worden?
  2. Werk met een voorlopige ontslagdatum: Dat is geen graadmeter voor de voorspellende kwaliteiten van de medisch specialist over het succes van diens behandeling, maar een indicatie van de termijn waarop de voorbereidingen op het ontslag afgerond moeten zijn en waar alle betrokkenen zich op kunnen richten.
  3. Breng extra logistieke organisatie aan in de klinische visite: Plan deze zodanig dat er voldoende tijd en verpleegkundige capaciteit na afloop is om het ontslag van patiënten af te ronden. Indien daar vanuit medisch inhoudelijk perspectief geen bezwaren tegen bestaan, verdient het aanbeveling om patiënten die waarschijnlijk met ontslag kunnen gaan, het eerst te bezoeken.
  4. Organiseer een sterk transferbureau: In toenemende mate moet vanuit het ziekenhuis opvolgende zorg georganiseerd worden om ontslag uit het ziekenhuis mogelijk te maken. Zorg daarom voor voldoende bekwame transferverpleegkundigen, een helder transferproces met goed beschreven taken en verantwoordelijkheden van verpleegafdelingen, transferbureau en externe partners. Besteed veel aandacht aan de automatisering van communicatie tussen alle betrokkenen en organiseer voldoende informatie over het functioneren van het transferproces.
  5. Organiseer een beddenoverleg waarin hoofden van klinische afdelingen en het transferbureau tenminste eenmaal per dag de balans opmaken van de bezetting van de kliniek, de verwachte en gerealiseerde in- en uitstroom en de te verwachten knelpunten. Dat is het moment waarop iedereen ‘de klokken gelijkzet’ en voor iedereen helder is wie wat te doen heeft om problemen in de kliniek te voorkomen, dan wel op te lossen. Een goed gestructureerd en geïnformatiseerd plenair overleg hoeft niet langer dan 10 minuten te duren en voorkomt ongestructureerd overleg tussendoor en informatiescheefheid.

Het is een als rijden op de snelweg: Hard rijden gaat een stuk makkelijker op een rustige vijfbaansweg dan op een drukke tweebaansweg, simpelweg omdat je daar meer marge hebt om verstoringen op te vangen.
 
In het ziekenhuis blijven we proberen steeds harder te rijden, maar de weg wordt smaller en drukker. Dat brengt risico’s met zich mee: opnamestops, patiënten op verkeerde afdelingen, verkeerde bed-patiënten, et cetera. Auto’s worden met steeds geavanceerdere hulpsystemen uitgerust om veiliger te kunnen rijden, door spitsstroken beweegt de wegencapaciteit mee met het aanbod en panelen boven de weg geven actuele informatie waarmee automobilisten hun route op het laatste moment nog kunnen aanpassen. Dat kan in het ziekenhuis ook. Doe er uw voordeel mee!