Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren (Google Analytics) en om er voor te zorgen dat u relevante informatie te zien krijgt. Door op akkoord te klikken, geeft u aan akkoord te zijn met het gebruik van deze cookies en het hiermee verzamelen van informatie door ons en door derden.

Akkoord
Niet akkoord

“Fusie is ook een rouwproces”

18 december 2018

Deze uitspraak is recent gedaan door Hans Romijn, bestuurslid van Amsterdam UMC over het fusieproces van AMC en VUMC.

In mijn adviespraktijk ontmoet ik veel medisch specialisten die dit zullen onderschrijven. Medisch specialisten die als gevolg van het samengaan van twee ziekenhuizen in een grotere vakgroep moeten gaan functioneren, met collega’s die ze niet hebben uitgezocht. Het wordt vaak getypeerd als een ‘gedwongen huwelijk’. Mijn ervaring is dat de emotionele acceptatie van zo’n huwelijk vaak achterblijft bij de rationele acceptatie. Rationeel is het samengaan logisch en wordt er al snel hard gewerkt aan financiële eenwording, harmonisatie van protocollen, roosters e.d. Dat lijkt dan best wel goed te gaan. Echter na verloop van tijd, zo na ongeveer 2 jaar, blijkt er een hardnekkige negatieve onderstroom van gevoelens. Met weemoed wordt gesproken over hoe het voor de fusie prettiger was, hoe meer eensgezind de vakgroep was en hoe prettiger de sfeer. Het gemis aan een nieuw maatjes-gevoel leidt tot het uitvergroten van de verschillen tussen nu en toen.
 
Dit wetende is het van groot belang dat binnen de gefuseerde vakgroep tijd en aandacht wordt besteed aan de niet zakelijke en rationele aspecten van het samengaan. Dat er door het vakgroepbestuur bewust geïnvesteerd wordt in culturele integratie. Nog belangrijker dan voorheen is dat het proces van menings- en besluitvorming in de vakgroep zorgvuldig plaatsvindt. Dat besluiten niet genomen worden met een simpel ‘meerderheid van stemmen’, maar dat de stem van de minderheid wordt gehoord en doorklinkt in het besluit dat genomen wordt (‘deep democracy’). Dit leidt dan mogelijk rationeel gezien niet tot de beste besluiten, maar in het proces van culturele eenwording is het vergroten van begrip voor elkaar en het voorkomen van teleurstellingen in elkaar soms belangrijker. En ja, dit kost tijd. Tijd die het dubbel en dwars waard is als je bedenkt hoeveel energie verloren gaat met stroef lopende samenwerking tussen professionals. En dan heb ik het nog niet eens over de potentieel nadelige effecten daarvan op de kwaliteit van de patiëntenzorg.

De hamvragen zijn:
- Vertrouwen komt te voet: hoe kunnen we dat proces versnellen?
- Vertrouwen gaat te paard: hoe kunnen we kans daarop minimaliseren?

Een mooie, maar ook lastige uitdaging voor de vakgroepbesturen die in de eerste post-fusie-fase aan het roer staan.