Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren (Google Analytics) en om er voor te zorgen dat u relevante informatie te zien krijgt. Door op akkoord te klikken, geeft u aan akkoord te zijn met het gebruik van deze cookies en het hiermee verzamelen van informatie door ons en door derden.

Akkoord
Niet akkoord
In gesprek met...   Jan Landman











Jan Landman
Adviseur - Associé

landman@vreelandgroep.nl

035 542 39 22

Wat? Adviseur - Associé bij de Vreelandgroep sinds 1996.

Achtergrond? Ik heb Bedrijfskunde gestudeerd en ben direct na mijn afstuderen in de zorg terecht gekomen. [Lachend:]Het feit dat ik met een verpleegkundige getrouwd ben, zal daar ongetwijfeld ook iets mee te maken hebben! De helft van mijn werkende leven heb ik in ziekenhuizen gewerkt. Ik ben ooit begonnen als organisatieadviseur in een ziekenhuis in het oosten van het land –we praten dan over 1981– waar ik het ziekenhuis heb helpen verhuizen naar een nieuwbouwlocatie. Vervolgens ben ik fusie coördinator geworden in een combinatie van ziekenhuizen, ben ik secretaris van een Raad van Bestuur geweest en heb ik een rol als Hoofd P&O van een ziekenhuis gehad. In 1996 sprak ik een collega die met de Vreelandgroep was begonnen. Hij vroeg mij om daar te komen werken en de rest is geschiedenis... De overstap destijds was voor mij een behoorlijke verandering. Ik werd ineens zelfstandig ondernemer. Dat was spannend, maar is het beste wat ik ooit heb kunnen doen. Al 22 jaar maak ik met buitengewoon veel plezier deel uit van de club.”

Passie? Energie krijg ik van steeds weer nieuwe situaties, nieuwe vraagstukken, nieuwe uitdagingen. Wij Vreelandgroepers worden gevraagd als er ‘iets moet veranderen’. Meewerken en meedenken over die verandering stimuleert mij. Zo werk je vandaag bijvoorbeeld mee aan een reorganisatie, zit je morgen bij een managementteam dat is vastgelopen en ben je overmorgen bezig met een logistiek vraagstuk. Die grote variëteit aan werkzaamheden om voor en met de klant tot oplossingen te komen, geeft mij uitdaging en energie.

In 3 woorden? Wat ik van klanten heb gehoord in de afgelopen 25 jaar: betrouwbaar, analytisch en adviseur met een gouden pen.

Jan, je ben je hele carrière werkzaam (geweest) in de zorgsector. Wat maakt de zorg voor jou zo interessant?

“In de zorg –of dat nou in een ziekenhuis, bij een huisarts of in de langdurige zorg is– wil de zorgprofessional voor patiënten het maximale doen. Helaas is daar niet altijd geld voor. De voortdurende spanning tussen ‘wat wil ik als professional?’ en ‘wat heb ik te bieden als manager?’ vind ik een uitdagende spanning waarin ik het boeiend vind om steeds weer tot (nieuwe) oplossingen te komen. Die spanning was er in 1980, maar die spanning is er vandaag de dag nog steeds. De zorg is voortdurend onderhevig aan vernieuwingen. Denk aan de techniek in een ziekenhuis, maar ook aan de afbouw van de AWBZ een aantal jaren terug. Allemaal zaken die hogere kosten met zich mee brengen, terwijl patiënten steeds meer vragen. Er gaat veel geld naar de zorgsector en er zit groei in de uitgaven, maar door de bezuinigingen wordt die groei tegelijkertijd ook afgeremd. Hierdoor ontstaan vraagstukken waar wij bij Vreelandgroep –soms op de schaal van het ziekenhuis zelf en soms op de schaal van een specialisme– worden gevraagd mee te denken. Dat maakt het heel interessant!”
 

“De voortdurende spanning tussen ‘wat wil ik als professional?’ en ‘wat heb ik te bieden als manager?’ vind ik een uitdagende spanning waarin ik het boeiend vind om steeds weer tot een (nieuwe) oplossing te komen.”

Je bent al 22 jaar verbonden aan de Vreelandgroep en bent nu aan het afbouwen naar pensioen. Hoe ervaar jij het organisatieadvies vak in algemene zin?  

“Ik vind het organisatieadvies vak een prachtig vak, ik kan niet anders zeggen! Het biedt een enorme afwisseling en je bent met ‘serieuze dingen’ bezig. Het goed organiseren van een koekjesfabriek is maatschappelijk gezien ook belangrijk. Maar het werken aan een goed functionerend ziekenhuis is dat nog veel meer. Het organisatieadvies vak is ook een vak wat hoge eisen stelt. Je kunt niet routinematig te werk gaan. Verbinding maken met de mensen voor wie je de opdracht doet en vooral samenwerken aan oplossingen voor het vraagstuk, zijn essentieel. Ik kan zo drie-vier oplossingen uit mijn mouw schudden, dat is het probleem niet. Het is de kunst om sámen met de betrokkenen de oplossing te vinden die in hun specifieke situatie werkt. Het heeft absoluut geen zin om als adviseur met iets slims te komen wat niet aansluit bij de mensen die er mee moeten werken. Daarbij hangt het ook af van de regio, het type medewerkers, de cultuur, etc. Er zijn heel veel variabelen. Daarmee spelen om tot een goed passende oplossing te komen, vind ik een buitengewoon boeiende opgave.”

Wat is volgens jou het onderscheidend vermogen van de Vreelandgroep?

“Dat is de betrokkenheid. Voor ons is een opdracht geen ‘koud kunstje’ wat we even doen en waarbij we vervolgens ‘doorhobbelen’ naar de volgende opdracht. We proberen ons écht te verbinden aan en te verplaatsen in de organisatie waar we voor werken. 

Bij het zoeken naar een passende oplossing vinden wij vooral het proces heel belangrijk: hoe komen we tot het best werkende resultaat? Gedurende dat proces zorgen wij ervoor dat iedereen op de kar blijft. Daarbij is samenwerken met de klant aan dit proces iets waarin wij als Vreelandgroep heel goed zijn. Wij verbinden ons voor langere tijd en bouwen hierdoor dus echt een sterke band op.”

Dit wetende én jouw jarenlange ervaring: welk advies zou je de junioren van de Vreelandgroep mee willen geven?

“Goed luisteren en kritisch zijn is heel belangrijk en zelfs cruciaal in ons adviesvak! Denk vooral niet te snel dat je de oplossing al weet. Heb aandacht voor het proces. Door het proces samen met de klant op een goede manier te organiseren heb je over het algemeen de beste garantie op succes. Hang daarbij niet ‘het slimste jongetje van de klas’ uit, maar zorg er juist voor dat alle bestaande kennis en slimheid in een organisatie op de juiste manier in een proces wordt ingezet. En verder: blijf je ontwikkelen! Je hebt ongetwijfeld een mooie opleiding gehad, maar blijf studeren en houd je kennis up-to-date. Stap af en toe eens uit je comfortzone en probeer nieuwe dingen uit.”

Welk project is voor jou een echt paradepaardje. Waar ben je het meest trots op?
“Lastige vraag, want ik heb aan zo ontzettend veel mooie projecten mogen werken! Een mooi voorbeeld vind ik verbetering van de samenwerking tussen gynaecologen en verloskundigen in de eerste lijn (dus de verloskundigen werkzaam buiten het ziekenhuis). 

Deze samenwerking is vaak niet vanzelfsprekend een succes. En daar wordt de zwangere de dupe van. Ik heb gewerkt aan een project waarin we de samenwerking tussen deze twee zorgprofessionals hebben verbeterd, zodanig dat het voor de vrouw die gaat bevallen als een gezamenlijke activiteit wordt ervaren. Zo ontstaat er vertrouwen. Het is namelijk geen uitzondering dat er bij een bevalling ineens een (onbekende) gynaecoloog in beeld komt. Zeker bij een eerstgeborene vindt in 40 procent van de gevallen de thuisbevalling alsnog in het ziekenhuis plaats. Als een gynaecoloog en een verloskundige in een eerder stadium beter samenwerken, dan kunnen ze op voorhand beter beoordelen of er complicaties bij de bevalling aanwezig kunnen zijn. En dus beter inschatten dat de bevalling in het ziekenhuis moet plaatsvinden. In dit project is het goed gelukt om die samenwerking op een ander niveau te krijgen. Dit schept in de eerste plaats vertrouwen voor de zwangere, maar ook zeker voor de gynaecoloog en de verloskundige.” 

“Verbinding maken met de mensen voor wie je de opdracht doet en vooral samenwerken aan oplossingen voor het vraagstuk, zijn essentieel.”

Welke belangrijke veranderingen in de zorgsector heb je de afgelopen jaren gezien en wat verwacht je voor de toekomst? 

“Er is niet één verandering; de zorgsector verandert permanent! Het eerste ziekenhuis dat ik verhuisde in 1981 is vandaag de dag bijna twee keer zo groot geworden. Er zijn nieuwe specialismen bij gekomen, de behandelingen gaan sneller en de technologieën ontwikkelen zich in rap tempo. Een nieuwe heup kostte in de jaren tachtig twee bijna weken hersteltijd in een ziekenhuisbed. Nu is het een dagopname! De technologie heeft zo ongelofelijk veel veranderd. Ook als je kijkt naar de psychiatrie, dan hadden we dertig jaar geleden grote instituten waar we de cliënten min of meer opborgen, terwijl we nu juist kijken of we deze mensen in de maatschappij een plek kunnen geven. Kijk je naar de langdurige zorg dan moet je nu flink verzorgingsbehoevend zijn om in aanmerking te komen voor een plek in een bejaarden- of verzorgingshuis, in de jaren tachtig kon je zo terecht.
 
Er kan steeds meer, dat kost steeds meer en dat moeten we allemaal zien te doen met minder geld. Dus moeten we keuzes maken. Voor de toekomst zie ik vooral uitdagingen in het centraal stellen van de patiënt zelf. Wat heeft hij of zij nodig om de kwaliteit van leven te behouden. Wil deze nog wel behandeld worden met chemotherapie bijvoorbeeld? Nu is dat een vanzelfsprekendheid, maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Een andere uitdaging die ik zie is de onderlinge taakverdeling voor ziekenhuizen. Niet alle ziekenhuizen hoeven alles meer te moeten of te kunnen. Daarvoor wordt de zorg te complex en moet je kijken naar het ‘centreren’ van specifieke activiteiten om een goede behandeling te kunnen bieden en de vele technische mogelijkheden te kunnen benutten. Dit betekent dat de patiënt verder moet reizen. Maar de ervaring leert dat je beter een stuk kunt rijden met maximale kwaliteit van zorg, dan dichtbij zorg zoeken die niet voldoet.”

Tot slot: wat zou jij (aankomend) bestuurders in de zorg mee willen geven?

“De meest lastige opdracht voor bestuurders is om bij de keuzes die een organisatie maakt –of dat nou een ziekenhuis, een psychiatrische instelling of een verzorgingshuis is– je de zorgprofessionals altijd laat meedenken. Want zij zijn uiteindelijk de mensen die het werk moeten doen. Als je als  bestuurder in de val trapt om alleen op zakelijke gronden besluiten te nemen die los komen te staan van de praktijk die professionals (dokters en verpleegkundigen) ervaren, dan gaat het mis. De brug slaan tussen het management en de professionals is de belangrijkste uitdaging en ook meteen de meest lastige voor een bestuurder. Daarnaast is er voor hen ook een belangrijke taak weggelegd in het verbinden van de omgeving met o.a. de gemeenteraad, de huisartsen, de verloskundigen en met andere ziekenhuizen in de regio. Het is continu een juiste balans vinden tussen deze interne en externe factoren. Dat is een pittige opgave. Ik benijd ze niet.”

“Er kan steeds meer, dat kost steeds meer en dat moeten we allemaal zien te doen met minder geld. Dus moeten we keuzes maken.”