Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren (Google Analytics) en om er voor te zorgen dat u relevante informatie te zien krijgt. Door op akkoord te klikken, geeft u aan akkoord te zijn met het gebruik van deze cookies en het hiermee verzamelen van informatie door ons en door derden.

Akkoord
Niet akkoord
In gesprek met...   Denise van Brenk











Denise van Brenk
Adviseur

vanbrenk@vreelandgroep.nl

035 542 39 22
LinkedIn

Wat? Adviseur bij Vreelandgroep sinds 2016.

Achtergrond? Ik heb Technische Wiskunde en daarna Technische Bedrijfskunde gestudeerd aan de Universiteit Twente. Tijdens die laatste opleiding kwam ik in aanraking met vakken in de zorg. Dit trok mijn interesse, omdat het om mensen gaat. Maatschappelijk betrokken zijn vind ik erg belangrijk. Ik ben afgestudeerd bij de Vreelandgroep waar ik in samenwerking met het VU Medisch Centrum een rooster heb ontworpen voor spreekuren van de preoperatieve screening. Er is in dat ziekenhuis een mix van inloop- en afspraakpatiënten. Ik deed onderzoek naar de beste verdeling hiervan, zodat de wachttijden op de polikliniek werden verminderd. Een heel interessant onderzoek wat ik met succes heb afgerond.

Thuis? Sinds een half jaar woon ik in een appartement in Nieuwegein en in mijn vrije tijd ga ik graag op pad met vrienden. Ik heb gestudeerd in Enschede, waar veel mensen na hun studie wegtrekken. Dat betekent dat mijn vrienden door het hele land zitten. Daarom vind ik het leuk en fijn om in het midden te wonen.

Passie? In mijn werk krijg ik veel energie van het helpen van mensen en het leukste vind ik om vermoedens met cijfers te onderbouwen. Helemaal als blijkt dat iets daadwerkelijk gebeurt. Dan kun je gericht zoeken naar een kwantitatieve oplossing en dit terugvertalen naar de praktijk. Ik vind het ook heerlijk als ik processen zo efficiënt en effectief mogelijk kan laten verlopen.

In 3 woorden? Collega’s vinden mij positief, vrolijk, betrouwbaar en attent. [Lachend] Dat zijn eigenlijk vier woorden…

Je hebt het al een klein beetje toegelicht, maar: wat maakt de zorgsector voor jou zo interessant?

“Omdat ik iets kan doen wat er écht toe doet. Na mijn middelbare school kwam ik voor het eerst met de zorg in aanraking. Ik heb toen drie weken als afdelingsassistente op een polikliniek gewerkt. Ik was verbaasd hoe het er daar aan toeging: het was vaak hollen en stilstaan en ik moest veel verschillende ballen in de lucht houden. Terwijl dit naar mijn idee niet nodig was. Tijdens mijn studie dacht ik in eerste instantie niet na over werken in de zorg. Maar door mijn ervaringen op de polikliniek én mijn grote interesse in de vakken met betrekking tot gezondheidszorg, was mijn enthousiasme gewekt. Via een oud-studiegenoot werd ik getipt op de stagevacature bij de Vreelandgroep. Ik was op dat moment op reis en vanaf een vliegveld in Nieuw Zeeland heb ik gereageerd. Even later werd ik aangenomen én… ben ik er nog steeds.”

“Vermoedens met cijfers onderbouwen vind ik geweldig. Want dan kun je gericht zoeken naar een kwantitatieve oplossing en dit terugvertalen naar de praktijk.”

Na jouw afstuderen ben je bij de Vreelandgroep ‘blijven hangen’. Waarom werk jij hier graag? 

“Ik had altijd vooroordelen over het ‘adviesvak’: grote bedrijven, ellebogenwerk en eilandjes. Maar bij de Vreelandgroep is dat helemaal niet zo. We zijn een klein bedrijf en zorgen goed voor elkaar; bijna een familiegevoel. Daarom wilde ik na mijn afstuderen graag blijven. Wat de groep uniek maakt zijn de collega’s: we zijn heel verschillend en vullen elkaar daardoor goed aan. Dat zien we en benutten we ook. Een voorbeeld daarvan is de kwantitatieve en de kwalitatieve tak die vaak samen komen in opdrachten. We hebben daarbij niet alleen oog voor onze eigen opdracht, maar kijken ook verder. We helpen elkaar, leren van elkaar en dat maakt de Vreelandgroep als geheel zo’n sterk op elkaar ingespeeld team.”

Denise, je bent één van de technisch georiënteerde adviseurs. Vertel, wat doe je en op welk project ben je het meeste trots? 

“Ik ben de afgelopen maanden bezig geweest met het maken van reken- en simulatiemodellen voor een academisch ziekenhuis dat binnenkort verhuist naar een nieuw pand. Deze verhuizing heeft behoorlijk impact op verschillende organisatieonderdelen. Samen met het ziekenhuis heb ik gekeken naar het opnieuw en zo optimaal mogelijk inrichten van de (nieuwe) processen: past de huidige patiëntenstroom in de nieuwbouw? Stel dat we kiezen voor minder bedden en slimme processen, gaat het dan alsnog passen? Hoeveel stoelen komen er in de wachtruimte? En hoe lopen de logistieke stromen? De organisatie is daarvoor zelf in de lead en moet daar goed over nadenken. Wij denken mee en maken hen bewust van belangrijke keuzes, stellen kritische vragen en verwerken dit in een model.
 

Voor dit project zijn alle capaciteitsberekeningen inmiddels gemaakt. Een belangrijke verandering is dat medicatie niet meer decentraal maar centraal bereid gaat worden. Dat heeft veel impact. De medicatievoorraad op de afdeling vermindert, waardoor medicatie aangevraagd dient te worden en de logistieke stromen toenemen. Ik maak de capaciteitsberekeningen die uiteindelijk een bestel- en leverschema opleveren. Een mooi project waar ik heel trots op ben.”

“Wat de Vreelandgroep uniek maakt zijn
de collega’s: we
zijn heel verschillend van elkaar en vullen elkaar daardoor
juist goed aan.”

Voor welke uitdagingen staat de zorgsector de komende jaren denk je?

“Ik denk dat de zorg – en daarmee bedoel ik vooral de ziekenhuizen – de bedrijfsvoering steeds meer gaan inrichten vanuit het perspectief van de patiënt. Deze trend is al gaande en zal zich verder voortzetten. Mooie voorbeelden daarvan zie je bij de bouw en/of verbouw van een ziekenhuis. Zo wordt er bijvoorbeeld rekening gehouden met de looproutes, door drukbezochte poliklinieken zo dicht mogelijk bij de ingang van het ziekenhuis te plaatsen. Zo’n relatief kleine logistieke aanpassing heeft grote impact voor het gemak van de patiënt. Maar om het perspectief van de patiënt volledig leidend te maken, is er nog veel meer nodig. Ook in de huidige bekostigingsstructuur zijn er nog grote winsten te behalen.
 
Een andere uitdaging die mij bezighoudt: zijn de ziekenhuizen die nu gebouwd worden ook de ziekenhuizen die we over vijf tot tien jaar nodig hebben? Of is er dan voor alle zorg een gespecialiseerd ziekenhuis nodig? Hoe flexibel kunnen ziekenhuizen hier mee omgaan? Kun je de ruimte gemakkelijk gebruiken voor iets anders? En zou er ooit een ‘pop-up’ ziekenhuis in Nederland kunnen komen?”

“Ik denk dat de zorg – en daarmee bedoel ik vooral de ziekenhuizen – de bedrijfsvoering steeds meer gaan inrichten vanuit het perspectief van de patiënt.”